Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 15.

Waardering debiteuren en voorziening voor oninbare vorderingen

Onderdeel van Financiële verordening Horst aan de Maas 2025

1.. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden vormen we jaarlijks een voorziening wegens oninbaarheid op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2.. Voor openstaande vorderingen betreffende: onroerendezaakbelastingen; precariobelasting; (water)toeristenbelasting; rioolheffing; afvalstoffenheffing leges; vermakelijkheidsretributie; bijstandsverstrekking, wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 25.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.

Rechtspraak bij dit artikel