Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 17.

Kostprijsberekening

Onderdeel van Financiële verordening Horst aan de Maas 2025

1.. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten zoveel als mogelijk de indirecte kosten (overhead) betrokken, die samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2.. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW). 3.. De overheadkosten worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie. 4.. De indirecte kosten van rechten en heffingen worden berekend door de personeelskosten die betrekking hebben op de genoemde rechten /heffingen te verhogen met een opslagpercentage voor overhead. Dit opslagpercentage wordt berekend door het saldo van baten en lasten van de overhead te delen door de totale personeelskosten (excl. overhead) van de gemeente. 5.. Voor de toerekening van directe en indirecte kosten tussen Noord-Limburgse gemeenten gelden de tarieven zoals genoemd in de notitie “Tarieven Regionale Samenwerking Noord Limburgse gemeenten”. 6.. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Uitzondering hierop is de omslagrente die wordt toegerekend aan het taakveld riolering; hierbij wordt aansluiting gezocht bij het rentepercentage zoals is opgenomen in het kostendekkingsplan van het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP), danwel het Programma Groen-Blauw-Klimaatadaptatie. 7.. In afwijking van het zesde lid wordt bij een (door)verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. 8.. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend.

Rechtspraak bij dit artikel