Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening Horst aan de Maas 2025

1.. In de begroting geeft het College van de nieuwe investeringen per investering aan wat het benodigde (bruto) investeringskrediet is. Voor de lopende investeringen wordt het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de realisatie in het lopende boekjaar weergegeven. In de jaarrekening laat het College zien hoeveel, van het goedkeurde krediet, is gerealiseerd en wat de verwachte totale kosten en opbrengsten zijn van de investeringen. 2.. In de begroting wordt, in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV provincies en gemeenten, inzicht gegeven in de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitaties. 3.. Gelijktijdig met de jaarstukken legt het College aan de Raad een projectenrapportage voor. Hierin staat inhoudelijk en financieel, de actuele stand van de majeure ruimtelijk-fysieke projecten opgenomen en de grondexploitaties. 4.. In de jaarstukken nemen we verschillenanalyses op en lichten we deze toe als er sprake is van een verschil per saldo per programma van € 50.000 of meer. Verdere uitwerking hiervan is opgenomen in de nota planning en control, die hierbij leidend is. 5.. In het overzicht van de incidentele baten en lasten per programma, specificeren we per programma alle posten vanaf € 50.000 afzonderlijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel