Naar hoofdinhoud
1.. Het inkomen, bedoeld in artikel 5 van de verordening, wordt bepaald op de peildatum. 2.. Als inkomen wordt aangemerkt het totale jaarinkomen dat het huishouden geniet uit: winst uit ondernemingen; winst uit aanmerkelijk belang; inkomsten uit of in verband met arbeid of bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen; alimentatie; heffingskortingen van de belastingdienst. 3.. Bij de vaststelling van het rekeninkomen wordt geen rekening gehouden met inkomsten uit overwerk en vakantietoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel