Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 20

Begraving

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen Vijfheerenlanden 2026

1.. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 door de beheerder. 2.. Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikel 19 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht aan het personeel van de begraafplaats heeft verleend. 3.. Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus, al dan niet met urn, in een ander graf op de begraafplaats, geschiedt uitsluitend door of namens de gemeente. 4.. Het opgraven van stoffelijke resten en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder zal voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten. 5.. Het is toegestaan een graf te schudden waarbij maximaal 4 stoffelijke resten worden samengevoegd in de derde begraaflaag. Het college bepaalt of het samenvoegen technisch mogelijk is. De gemeente compenseert rechthebbenden niet indien er geen mogelijkheid is tot nieuwe begraving. 6.. Het schudden van een grafkelder is niet toegestaan. 7.. Het is niet toegestaan een urn bij te plaatsen in een kist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel