Het beheer van de begraafplaats wordt gevoerd onder verantwoordelijkheid van het college. Onder toezicht van het college worden één of meer daartoe aangewezen personen belast met:
De administratie van de begraafplaats;
De dagelijkse leiding van de begraafplaats;
Het onderhoud van de begraafplaats;
Het laten delven of openen en sluiten van graven, urnengraven en urnennissen;
Het naleven van de wettelijke voorschriften ten aanzien van het begraven van overledenen en het plaatsen van asbussen.