Onder eigen kracht (artikel 8.3b van de verordening) wordt verstaan, de mogelijkheid om zelf een oplossing te realiseren. De gemeente stimuleert de inwoner om zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Hiermee wordt bedoeld dat een inwoner eerst kijkt of hij zelf of samen met zijn directe omgeving zijn situatie kan verbeteren. De gemeente verwacht dat iedereen zijn best doet om de eigen situatie te verbeteren en het is de verwachting dat partners en familieleden daarbij helpen.
Voor het vaststellen van de eigen kracht zijn de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt belangrijk. De gemeente kijkt naar wat een cliënt wil en kan. De haalbare ideeën van de cliënt zelf of zijn sociale omgeving of cliëntondersteuner zijn het uitgangspunt.
De gemeente kijkt naar de mate waarin de cliënt gemotiveerd meewerkt aan het inzetten van zijn eigen kracht. Die eigen kracht moet gericht zijn op verbetering van de situatie op het gebied van zelfredzaamheid, participatie of een behoefte aan beschermd wonen of opvang.
Onder eigen kracht behoort ook een beroep doen op het sociale netwerk van de inwoner. Het sociale netwerk bestaat uit familie, huisgenoten, de (ex) echtgenoot of mantelzorgers. Ook andere personen met wie de inwoner een sociale relatie heeft worden tot het sociale netwerk gerekend. Dit kunnen dus bijvoorbeeld buren, vrienden of leden van een vereniging zijn. Het gaat erom dat er een sociale relatie bestaat tussen de inwoner en deze persoon. Mocht er bijvoorbeeld geen contact zijn met de buren, dan behoren zij daarmee ook niet tot het sociale netwerk.
Als het mogelijk is om behandeling in te zetten om beperkingen te verhelpen of verbeteren, dan is dit ook onderdeel van eigen kracht. Het beoordelen hiervan maakt daarom onderdeel uit van het onderzoek.
Het begrip eigen kracht biedt geen ruimte om rekening te houden met de financiële mogelijkheden van een cliënt om een voorziening zelf te betalen. Dit zal dan ook geen onderdeel uitmaken van het onderzoek.
Eigen kracht gaat niet zover dat de gemeente verwacht dat de inwoner moet anticiperen op alle mogelijke gebreken die met het ouder worden kunnen samenhangen. Wel kan een voorziening worden geweigerd als iemand iets aanschaft of verhuist zonder rekening te houden met al aanwezige beperkingen of de te verwachten ontwikkeling daarvan (voorzienbaarheid).
Tijdens het onderzoek kijkt de gemeente naar:
Hoe de client zo goed mogelijk gebruik kan maken van zijn eigen kracht en;
Hoe de client zoveel mogelijk controle kan nemen over zijn maatschappelijke ondersteuning.
Voorbeeld van eigen kracht is;
Als tijdens het onderzoek blijkt dat een inwoner zijn hulpvraag kan oplossen door familie te vragen hem tijdelijk te ondersteunen dan wordt dat gezien als eigen kracht. Ook als blijkt dat bijvoorbeeld thuiszorg vanuit de zorgverzekering de hulpvraag oplost, dan is het inschakelen van de zorgverzekeraar om thuiszorg aan te vragen ook eigen kracht.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.3
Artikel 1.4.1
Eigen kracht
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2026