Zoals gezegd hebben woonvoorzieningen als doel beperkingen, die het normale gebruik van de woning in de weg staan, te compenseren. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de belangrijkste (elementaire) woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en eten van voedsel, het verzorgen van een baby en het zich verplaatsen in de woning, tuin of balkon. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning.
Er worden geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat het hier geen elementaire woonfuncties betreft. Een voorbeeld hiervan is een wasmachine die op zolder geplaatst is. Bij beperkingen in het bereiken van de zolder, wordt dan van de inwoner verwacht dat de wasmachine naar een andere te bereiken plek in de woning wordt verplaatst. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel zoals dialyseruimte en therapeutisch baden.
Als uit onderzoek blijkt dat de client beperkingen en belemmeringen ervaart in het gebruik van zijn woning, dan stelt de medewerker een programma van eisen op. Dit programma van eisen kan soms ook door een ergotherapeut worden aangeleverd. Hierin staan welke woonvoorzieningen noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat client langdurig in de woning kan blijven wonen.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.1
Normaal gebruik van de woning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2026