Een scootmobiel is een vervoersvoorziening zonder dak of deuren. Voor het besturen is geen (bromfiets)rijbewijs nodig. Wel moet een cliënt rijvaardig zijn om (veilig) gebruik te kunnen maken van de voorziening.
Voorwaarden
Een cliënt kan in aanmerking komen voor een scootmobiel als:
Deze beperkingen ervaart met het staan en lopen over de korte en middellange afstanden (directe woon-en leefomgeving);
De beperkingen met het lopen ervoor zorgen dat de cliënt niet kan voorzien in zijn vervoersbehoefte;
Algemeen gebruikelijke voorzieningen als een (elektrische) fiets, snorfiets, brommer, etc. geen passende oplossing bieden;
De scootmobiel (brandveilig) gestald kan worden (zie: stalling).
Stalling
Om ervoor te zorgen dat een scootmobiel beschermd wordt tegen weer, wind en diefstal moet deze (brand)veilig gestald kunnen worden. Hierbij moet er ook een mogelijkheid zijn om de scootmobiel te kunnen opladen.
De medewerker onderzoekt samen met de cliënt en eventueel de woningeigenaar (bijvoorbeeld woningcorporatie, VVE) en stadsbeheer naar de meest geschikte plek om de scootmobiel te kunnen stallen. Als er geen (nog) geen geschikte plek is, wordt gezamenlijk onderzocht of deze gecreëerd kan worden. Hierbij wordt gekeken naar de goedkoopst compenserende oplossing. Hierbij hanteert de medewerker bij elke individuele beoordeling de volgende stappen in het onderzoek:
In de woning
De medewerker onderzoekt de mogelijkheid om de scootmobiel in de woning (inpandig) te stallen.
Eigen terrein (tuin of erf)
De medewerker onderzoekt de mogelijkheid om de scootmobiel buiten de woning, maar op het eigen terrein (tuin of erf) te stallen.
Openbare ruimte
De medewerker onderzoekt de mogelijkheid om de scootmobiel in de openbare verharde ruimte tegen of direct naast de woning te stallen. Dit kan zijn de stoep of een andere verharde openbare ruimte.
Parkeerplaats
De medewerker onderzoekt de mogelijkheid van het plaatsen van een scootmobielstalling op een parkeerplaats.
Openbaar groen
De medewerker onderzoekt de mogelijkheid van het plaatsen van een scootmobielstalling in het openbaar groen.
Rijvaardigheid/rijlessen
Een scootmobiel wordt alleen verstrekt als een cliënt rijvaardig is. De cliënt krijgt bij levering van de scootmobiel een rijles om de rijvaardigheid vast te stellen. Tijdens deze rijles leert de cliënt onder andere hoe de scootmobiel werkt en wat de verkeersregels zijn.
In individuele gevallen kunnen aanvullende rijlessen worden ingezet als daar een noodzaak voor is. Als na maximaal 3 (aanvullende) rijlessen blijkt dat cliënt niet (veilig) gebruik kan maken van de scootmobiel, dan is er een mogelijkheid dat de scootmobiel niet wordt verstrekt of wordt ingenomen.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2
Artikel 7.2.6
Scootmobiel
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2026