Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.3

Artikel 7.3.1

Voorwaarden rolstoelvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2026

Om in aanmerking te komen voor een rolstoelvoorziening moet zijn vastgesteld dat: De cliënt regelmatig of de gehele dag is aangewezen op zittend verplaatsen in en om de woonruimte; Een loophulpmiddel, zoals een rollator, onvoldoende uitkomst biedt; De voorziening langdurig noodzakelijk is (ten minste 6 maanden). Als de voorziening kortdurend noodzakelijk is (minder dan 6 maanden) dan kan de cliënt mogelijk een rolstoelvoorziening lenen via zijn eigen zorgverzekering. Een uitzondering op bovenstaande voorwaarden onder a is de rolstoel voor incidenteel gebruik (transportrolstoel). Bij een transportrolstoel hoeft er geen sprake te zijn van zittende verplaatsingen gedurende de gehele dag, maar alleen voor incidentele en korte verplaatsingen. De cliënt kan zich in en om de woning nog (beperkt) lopend verplaatsen, maar is niet in staat om korte vervoersafstanden (bijvoorbeeld in winkelcentra) lopend af te leggen. Een transportrolstoel wordt alleen verstrekt als andere oplossingen, zoals uitleen (via een thuiszorgwinkel) of op plaats van bestemming (bijvoorbeeld bij een ziekenhuis of pretpark en dergelijke) niet passend zijn.

Rechtspraak bij dit artikel