Vanuit de Wmo 2015 heeft de cliënt een inlichtingenplicht. Dit betekent dat de cliënt de gemeente actief moet informeren over wijzigingen van de beperkingen en die van invloed zijn op het gebruik van de maatwerkvoorziening. Het gaat hier om alle gegevens en feitelijkheden waarvan redelijkerwijs verondersteld kan worden dat zij van belang zijn, zoals de staat van een in bruikleen verstrekt voorwerp, gewijzigde burgerlijke staat, verandering in gezinssamenstelling, verhuizing, het feit dat geen gebruik meer wordt gemaakt van de maatwerkvoorziening, etc. Het gaat daarbij ook om de maatwerkvoorziening die in de vorm van pgb is toegekend. Deze voorwaarden worden opgenomen in de beschikking.
Deze inlichtingenplicht geldt niet alleen gedurende het onderzoek maar ook daarna. Het college kan de toekenning van de maatwerkvoorziening intrekken of herzien wanneer de cliënt deze inlichtingenplicht niet nakomt. Ook kan er bij het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens, welke bij volledigheid tot een ander besluit zouden hebben geleid overgegaan worden tot terugvordering (artikel 22 verordening).
Hoofdstuk 8. › Paragraaf 8.3
Artikel 8.3.1
Inlichtingenplicht en herziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2026