Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemene bepalingen en vereisten

Onderdeel van Doorlopend mandaatbesluit gemeentelijke bevoegdheden directeur Waternet

1.. De directeuren nemen bij de aan hen in mandaat, volmacht of machtiging opgedragen taken of bevoegdheden, de algemene instructies en de instructies per geval als bedoeld in artikel 10:6 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van het college respectievelijk de burgemeester in acht. 2.. Het mandaat tot uitoefening van een bevoegdheid heeft mede betrekking op alle handelingen die binnen het kader van de uitoefening van de bevoegdheid moeten worden verricht, zoals het voeren van correspondentie, het verzoeken om aanvullende informatie, het vragen of geven van advies, het verdagen van beslissingen, het verstrekken van inlichtingen en het voldoen aan publicatieverplichtingen. 3.. Een krachtens dit besluit genomen primair besluit of verrichte handeling past binnen het bestaande beleid en binnen de wettelijke en gemeentelijke regels; past binnen het daartoe beschikbaar gestelde budget; past binnen het werkterrein van de Stichting Waternet. 4.. Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging. 5.. De directeuren zijn bevoegd ondermandaat, -volmacht en -machtiging te verlenen aan personen die werkzaam zijn bij of voor de Stichting Waternet, waarbij aan deze personen ook weer de bevoegdheid kan worden gegeven tot het verlenen van ondermandaat, -volmacht en -machtiging aan personen werkzaam bij of voor de Stichting Waternet. Onder personen werkzaam bij of voor de Stichting Waternet wordt ook verstaan personen die handelen in opdracht van de Stichting Waternet en medewerkers van advocaten- en notariskantoren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel