Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.

Reikwijdte

Onderdeel van Participatieverordening Midden-Delfland 2025

1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwoners- en overheidsparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of bevoegdheden of om toepassing van het inwonersinitiatief kan worden verzocht. 2.. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht. Tenzij de gemeenteraad in incidentele situaties anders besluit vindt geen participatie of toepassing van het inwonersinitiatief plaats als: het beleid in de uitvoerings- of evaluatiefase is of een ondergeschikte herziening van het beleid gaat; participatie of toepassing van het inwonersinitiatief bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; de uitkomst van de participatie of de toepassing van het inwonersinitiatief vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving of het Bijzonder Provinciaal Landschap zwaarder moet wegen; sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; het om organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat; het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel