Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9.

Beoordeling verzoek toepassing inwonersinitiatief

Onderdeel van Participatieverordening Midden-Delfland 2025

1.. Het college zendt indien noodzakelijk een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2.. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het inwonersinitiatief moet reageren, bereidt het college door middel van een raadsvoorstel de reactie op het verzoek voor. 3.. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het inwonersinitiatief verzet; het verzoek niet voldoet aan de in artikel 7, derde lid gestelde eisen, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad overeenkomstig artikel $:5 Algemene wet bestuursrecht het verzoek binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; of het verzoek ziet op een taak die al door een ander inwonersinitiatief wordt uitgevoerd. 4.. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het inwonersinitiatief minder goed wordt uitgevoerd of de structurele kosten hoger zijn; als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht aanhangig is of waarover de burgerlijke rechter gevraagd is een oordeel uit te spreken; een onderwerp is dat overwegend het privébelang van de initiatiefnemer dient; of het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid. 5.. Het bestuursorgaan reageert binnen een redelijke termijn op het verzoek. Bij verdaging van deze termijn is het bepaalde in artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel