**1..** Het college zendt indien noodzakelijk een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
**2..** Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het inwonersinitiatief moet reageren, bereidt het college door middel van een raadsvoorstel de reactie op het verzoek voor.
**3..** Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het inwonersinitiatief verzet;
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 7, derde lid gestelde eisen, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad overeenkomstig artikel $:5 Algemene wet bestuursrecht het verzoek binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; of
het verzoek ziet op een taak die al door een ander inwonersinitiatief wordt uitgevoerd.
**4..** Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het inwonersinitiatief minder goed wordt uitgevoerd of de structurele kosten hoger zijn;
als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;
het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht aanhangig is of waarover de burgerlijke rechter gevraagd is een oordeel uit te spreken;
een onderwerp is dat overwegend het privébelang van de initiatiefnemer dient; of
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid.
**5..** Het bestuursorgaan reageert binnen een redelijke termijn op het verzoek. Bij verdaging van deze termijn is het bepaalde in artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3
Artikel 9.
Beoordeling verzoek toepassing inwonersinitiatief
Onderdeel van Participatieverordening Midden-Delfland 2025