Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 9.

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Nadere regels tender subsidie Regio Deal Nieuw Land 2024-2028, tweede tranche

1.. Kosten zijn alleen subsidiabel voor zover deze zijn gemaakt in de periode 1 januari 2026 tot en met 31-12-2028 2.. De subsidiabele kosten worden vastgesteld op basis van de werkelijke kosten die aantoonbaar voor de verrichte activiteit waarvoor de subsidie is verleend, zijn gemaakt. 3.. Kosten zijn alleen subsidiabel voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteit. 4.. Loonkosten Per project kan per deelnemer van een project één van de volgende methoden worden gehanteerd voor de waardering van de inbreng van arbeid (in kind). De gekozen methode moet gedurende het gehele project door de betreffende projectpartner worden gehanteerd. Vast uurtarief van €60,- (voor directe loon- en arbeidskosten en indirecte kosten.) Loonkosten plus vaste opslagsystematiek: Indien voor deze systematiek wordt gekozen wordt het uurtarief per medewerker berekend door het bruto jaarloon te vermeerderen met 32% voor werkgeverslasten en vervolgens met 15% aan overheadkosten, om het uurtarief te berekenen wordt dit vervolgens gedeeld door 1.720 uur op basis van een 40-urige werkweek. Integrale kostensystematiek: Op basis van goedgekeurde en gecontroleerde IKS-tarieven. Deze methode kan alleen worden toegepast door onderzoeks- en kennisinstellingen. Voor een indicatie van de voorwaarden die aan deze methode worden gesteld verwijzen we naar de website van RVO (https://www.rvo.nl/onderwerpen/subsidiespelregels/ezk/iks) 5.. Afschrijvingskosten De subsidiabele afschrijvingskosten voor het gebruik van apparatuur, machines en uitrusting gedurende de looptijd van het project worden berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen. Het moet gaan om activa waarover een economisch risico wordt gelopen (geen huur of operational lease). 6.. Bijdragen in natura Voor het bepalen van de waarde van de bijdrage is het van belang te bepalen wat de gebruikelijke waarde van de zaak of dienst in het economisch verkeer is. Daarbij kan bijvoorbeeld worden uitgegaan van het standaardtarief of het bedrag dat onder normale omstandigheden in rekening zou worden gebracht. De waarde van een bijdrage in natura is de gebruikelijke waarde van de bijdrage in het economisch verkeer, verminderd met de waarde van een eventuele financiële vergoeding daarvoor. Deze bijdrage moet dus een reële economische waarde hebben of een waarde die gangbaar is in het economische verkeer die controleerbaar is door een accountant. Voor de inbreng van arbeid kan worden aangesloten bij de kosten zoals vermeld onder artikel 9 lid 4(a). Voor de inbreng van studentenuren is een uurtarief van maximaal € 25,- toegestaan. 7.. Overige kosten derden Andere direct aan de uitvoering van de projectactiviteiten gerelateerde kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd en die naar het oordeel van het College noodzakelijk zijn voor het Project en waarbij de verhouding tussen het totaal van de activiteiten en de kosten daarvan redelijk moet zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel