Van een leidinggevende wordt verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, zoals in artikel 8 van de wet is bepaald. Hij/zij dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in hoofdstuk 3 van het Alcoholbesluit. Van de vergunninghouder mag worden verwacht, dat hij/zij gekwalificeerd personeel aanneemt en de leiding over zijn/haar horecabedrijf in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd. Wanneer wordt geconstateerd dat de leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn, bijvoorbeeld op basis van betrokkenheid bij georganiseerde en ondermijnende criminaliteit, is dit reden om de Alcoholwetvergunning in te trekken (artikel 31 van de wet) of te wijzigen door de leidinggevende van het aanhangsel bij de Alcoholwetvergunning te verwijderen.
Elke constatering m.b.t. vergunninghouder
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken Alcoholwetvergunning
Elke constatering m.b.t. leidinggevende(n)
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Waarschuwing tot intrekken Alcoholwetvergunning
Betrokken leidinggevende wordt onmiddellijk van de Alcoholwetvergunning (aanhangsel) verwijderd
Elke volgende constatering m.b.t. leidinggevende binnen 36 maanden (drie jaar)
Intrekken Alcoholwetvergunning