Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen:
algemeen bestuur;
openbare orde en veiligheid;
verkeer, vervoer en waterstaat;
economische zaken;
onderwijs;
sport, cultuur en recreatie;
sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;
volksgezondheid;
milieu;
ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.