**1..** Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt geheven naar een vast bedrag per perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient. Garageboxen en soortgelijke opslagruimten worden daarbij als niet-woning aangemerkt.
**2..** Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte daarvan, dat niet in hoofdzaak tot woning dient wordt het gebruikersdeel van de rioolheffing geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
**3..** Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte daarvan, dat in hoofdzaak tot woning dient wordt de rioolheffing geheven naar het aantal feitelijke gebruikers aan het begin van het belastingjaar van het perceel.
**4..** Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
**5..** Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
Artikel 5
- Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing