Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Nadere regel Projectsubsidie Cultuur gemeente Utrecht

Om in te kunnen blijven spelen op nieuwe ontwikkelingen en actualiteiten op het gebied van de professionele kunsten en participatieve kunsten, stelt de gemeente subsidies beschikbaar voor projecten, producties en manifestaties in Utrecht. Het kan hierbij gaan om projecten in alle kunstdisciplines en mengvormen daartussen. Naast de geldende criteria vormen samenwerkingen met verrassende partners, de artistieke ontwikkeling van talentvolle makers, inclusie en brede cultuurparticipatie hierbij aandachtspunten. Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie voor de volgende projecten: 1.. Projecten in het kader van of als onderdeel van een (kunstvak)opleiding waar de aanvrager studiepunten voor ontvangt en/of wanneer het project onderdeel is van het curriculum. 2.. Professionele projecten die aan het publiek gepresenteerd worden binnen 13 weken na de deadline van de ronde. Participatieve projecten die uitgevoerd worden binnen 13 weken na de indiendeadline van de ronde. 3.. Projecten die al gestart zijn voordat de aanvraag is ingediend. Voorbereidende activiteiten die uitgevoerd worden na de deadline van de ronde en voordat de 13 weken na de deadline verstreken zijn, zijn toegestaan maar voor eigen rekening en risico. 4.. Aanvragen waarvan het presentatiemoment niet plaatsvindt binnen twee jaar na de deadline van de ronde waarvoor de aanvraag ingediend is. 5.. Projecten waarvoor al eerder een subsidie uit het programma Cultuur van de gemeente Utrecht is verstrekt of waarvoor gelijktijdig een aanvraag voor een andere cultuursubsidie van de gemeente loopt. Als gemeente Utrecht de kosten voor een activiteit al subsidieert, kan daarvoor niet nogmaals subsidie van gemeente Utrecht worden verstrekt. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om aan te tonen dat de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet op andere wijze door gemeente Utrecht zijn gesubsidieerd. 6.. Projecten van instellingen die een meerjarige cultuursubsidie van de gemeente Utrecht ontvangen. 7.. Projecten van aanvragers die al twee keer een projectsubsidie cultuur toegekend hebben gekregen in hetzelfde kalenderjaar. 8.. Projecten waarvan uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de subsidie wordt gebruikt voor het organiseren van één of meerdere fysiek toegankelijke en openbare presentatiemomenten. Uitzonderingen hierop zijn: schoolvoorstellingen in klassikale context. online activiteiten of publicaties, waarbij het passend is dat deze online worden gepresenteerd. Uit de aanvraag voor een online activiteit moeten voldoende Utrechtse aspecten blijken, zoals de mate waarin het project en maakproces zijn ingebed in een Utrechtse context, de mate waarin Utrechtse makers/ kunstenaars zijn betrokken, of er inhoudelijk (bijvoorbeeld thematisch) sprake is van een Utrechts belang. 9.. Investeringen en niet-projectgebonden materiaalkosten. De aangevraagde subsidie kan slechts deels gebruikt worden voor aanschafkosten van middelen die de duur of functie van het project overstijgen, zoals apparatuur, hulpmiddelen (gereedschap) en software (licenties). Dit betreft maximaal 1/3 van de aanschafkosten. In de begroting moeten de volledige aanschafkosten worden opgenomen. In de toelichting van deze kostenpost breng je in beeld hoeveel Gemeente Utrecht hieraan bijdraagt. Uitgezonderd hiervan zijn muziekinstrumenten, hier draagt het Gemeente Utrecht in het geheel niet aan bij. 10.. Aanvragen waarvan de begroting voor minimaal 50% is ingericht ten behoeve van onderzoek, reizen of artist-in-residency-programma’s.

Rechtspraak bij dit artikel