De grondslag om interferentiegebieden aan te wijzen is verdwenen. Daarvoor in de plaats is het omgevingsplan gekomen. De gemeente kan met het omgevingsplan gebieden aanwijzen waarbinnen regels voor bodemenergie gelden. De gemeente kan in het omgevingsplan een gebied ook driedimensionaal aanwijzen.
Gemeenten wijzen interferentiegebieden, tot een bij Koninklijk Besluit te bepalen datum, aan in een plaatselijke verordening. Overgangsrecht regelt dat deze verordeningen blijven gelden totdat de regels in die verordening zijn omgezet naar het nieuwe stelsel. Het omzetten van die regels kan tot uiterlijk 2032 (artikel 8.2.11 Invoeringsbesluit).
De Omgevingswet gaat uit van ‘het beginsel decentraal, tenzij’. Dit betekent dat de gemeente of het waterschap als eerste aan zet is om te bepalen hoe om te gaan met bodemenergie. De provincie mag alleen de onderwerpen regelen die van provinciaal belang zijn.
De gemeente Veenendaal is voornemens om college van B&W het bodemenergieplan te laten vaststellen. Vervolgens wordt de provincie Utrecht verzocht de in hoofdstuk 7 gestelde beleidsregels vast te stellen als beleidsregels en hierbij vergunningaanvragen op te toetsen. Aanvullend zal de gemeente in de contractvorming met toekomstige ontwikkelaars een aantal zaken vastleggen, zie paragaaf 6.6.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3.4
Interferentiegebieden in het omgevingsplan
Onderdeel van Bodemenergieplan Het Ambacht Gemeente Veenendaal