Bij het opstellen van de beleidsregels zijn een aantal maatregelen en aanbevelingen besproken die fungeren als leidraad richting het inpassen van bodemenergiesystemen in de plangebieden. Let op: niet alle besproken aanbevelingen zijn als aanvullende beleidsregels opgenomen. De aanbevelingen staan hieronder samengevat:
Opslag doubletten in watervoerend pakket 1b en watervoerend pakket 2, kunnen het meest efficiënt gebruikmaken van de bodempotentie en genieten een duidelijke voorkeur binnen ontwikkelgebied Het Ambacht. De gemeente zal bij ontwikkelaars actief sturen op de realisatie van opslag doubletten. Een monobron kan een individuele oplossing voor één ontwikkeling bieden, en is onder voorwaarden wel toegestaan, maar maakt niet het meest efficiënt gebruik van de ondergrond.
Reden voor het selectief toestaan van monobronnen is de fasering: in sommige bouwvelden is de ontwikkeling gefragmenteerd waardoor deelontwikkelingen te klein zijn voor een doublet en kunnen met een of meerdere monobronnen uit. Tevens kan het door beperkte ruimte in de ondiepe ondergrond te krap zijn voor twee bronnen en het extra benodigde leidingwerk. Door een monobron mogelijk te maken creëert dit juist meer vrije ruimte voor andere doubletten. In de praktijk kan de afweging worden gemaakt of er voor een doublet kan worden gekozen (die later pas een deel van de ontwikkelingen voorziet) of dat het geheel wordt opgesplitst in meerdere monobronnen.
Open bodemenergiesystemen worden bij voorkeur gerealiseerd op eigen terrein. Indien het gebruikmaken van openbaar terrein en/of groenstroken gewenst is, moet contact worden opgenomen met de gemeente om af te stemmen of daar bronnen en/of leidingwerk kunnen worden gerealiseerd. Ter aanvulling: voor plaatsing van bronnen en leidingwerk buiten het eigen terrein zijn specifieke afspraken met de gemeente/grondeigenaar nodig.
Bronnen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten. Dit wil zeggen dat een warme bron in de omgeving van een bestaande warme bron wordt gepositioneerd en een koude bron bij een eventueel bestaande koude bron, zodat op gebiedsniveau sprake kan zijn van eventuele positieve onderlinge thermische interferentie en meer ruimte binnen het plangebied en daarbuiten overblijft voor toekomstige bodemenergiesystemen.
De minimale onderlinge afstand tussen twee gelijke type bronnen bedraagt ten minste 30 meter.
Bij de positionering van de bronnen dient tevens rekening te worden gehouden met de heersende grondwaterstroming. Koude bronnen mogen alleen bovenstrooms van bestaande warme bronnen worden gepositioneerd, enkel wanneer dit geen grote negatieve thermische effecten heeft op de bestaande warme bron.
Voor systemen waarvan bronnen van hetzelfde type (dus warm-warm of koud-koud) in elkaars thermisch beïnvloedingsgebied liggen, dient de gemiddelde infiltratietemperatuur van een nieuw systeem minder dan 3K af te wijken van het bestaande systeem.
Geohydrologisch mag de nieuw te plaatsen bron geen dusdanig effect hebben op een bestaande bron, dat sprake is van een extra stijghoogteverandering in de bestaande bron van meer dan 1,0 meter.
Het toepassen van een balansvoorziening is noodzakelijk. Hiermee moeten koudeoverschotten groter dan 120% in de bodem worden voorkomen. Het bodemenergiesysteem bereikt uiterlijk vijf jaar na de datum van ingebruikname een moment waarop de hoeveelheid koude die door het systeem aan de bodem is toegevoegd ten minste 100% en ten hoogste 120% bedraagt ten opzichte van de hoeveelheid warmte, die vanaf die datum door het systeem aan de bodem is toegevoegd. Het systeem herhaalt dit telkens uiterlijk vijf jaar na het laatste moment waarop die situatie werd bereikt.
Gesloten bodemenergiesystemen zijn door de verhoogde kans op onwenselijke thermische interferentie vaak lastig te combineren met grote open bodemenergiesystemen. In ontwikkelgebied Het Ambacht zou daardoor de situatie kunnen ontstaan dat de aanleg van een gesloten bodemenergiesysteem de realisatie van een groot (collectief) bodemenergie systeem ernstig beperkt. De gemeente wil dergelijke situaties voorkomen. Derhalve worden gesloten bodemenergiesystemen in Het Ambacht niet toegestaan. Wel zijn gesloten bodemenergiesystemen in de bufferzone om Het Ambacht heen, onder voorwaarden, toegestaan.
Er is echter wel één situatie waar bij een gesloten bodemenergiesysteem binnen Het Ambacht toe is te staan: het beoogde systeem valt binnen een koude zone van een bestaand open bodemenergiesysteem. Voor een dergelijke situatie wordt een regel opgenomen die ruimte biedt voor uitzonderingen, mits deze goed onderbouwd zijn.
Ook bestaande gebouwen vormen een aandachtspunt bij de aanleg van de benodigde bronnen van een bodemenergiesysteem voor de te ontwikkelen woningen en gebouwen. Als vuistregel kan worden gehanteerd dat op een minimale afstand van tien keer de toegepaste boorgatdiameter vanaf de gevel van bestaande bebouwing bronnen mogen worden geplaatst. Het plaatsen van een casing kan het risico op funderingsschade verkleinen, hierdoor kan het mogelijk zijn bronnen dichter nabij gebouwgevels te plaatsen. In de vergunningaanvraag dient te worden onderbouwd op welke wijze rekening wordt gehouden met het risico op eventuele funderingsschade.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.5
Aanbevelingen richting het ordenen van bodemenergiesystemen in Het Ambacht
Onderdeel van Bodemenergieplan Het Ambacht Gemeente Veenendaal