Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.1

Smalle wegen en bermproblematiek

Onderdeel van Beheerprogramma Wegen West Betuwe 2026–2030

De wegen in het buitengebied zijn vaak relatief smal uitgevoerd. De afgelopen decennia zijn de vele (landbouw)voertuigen breder geworden, ook is het verkeer op deze wegen geïntensiveerd. Door de smalle verharding wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de bermen. Dit zorgt voor bermproblematiek. Door intensief gebruik van de bermen, om uit te wijken of elkaar te passeren worden de bermen diep uitgereden. Dit zorgt voor grote hoogteverschillen tussen de wegrand en de berm, hierdoor ontstaan gevaarlijke situaties. Ook komt het voor dat de bermen juist hoger zijn dan de wegrand en hierdoor gevaarlijk zijn. Daarnaast zorgt de bermproblematiek ervoor dat de wegen slecht worden opgesloten. Er is onvoldoende zijdelingse steun voor de wegen (schouder ontbreekt). Dit zorgt voor veel schade, ook in de randen van de verharding. Onderstaande foto’s geven hier voorbeelden van. Afgelopen jaren is geïnvesteerd in een bermverstevigingsprogramma, waarbij betonranden aangelegd worden langs de verhardingsrand. Dit programma wordt de komende jaren voortgezet. Echter is dit een oplossing die niet overal geschikt of mogelijk is. Vele wegen hebben slechts zeer smalle bermen ten opzichte van de insteek van de sloot, waarmee de draagkracht extra in gevaar gebracht wordt. Dit betekent dat bij het aanbrengen van verharding van de bermen of renovatie van de weg het risico ontstaat dat de bermen inkalven. Dit risico neemt toe naarmate de watergangen dichter bij de weg liggen. Ter mitigatie van het risico wordt in de projectvoorbereiding van onderhoudswerkzaamheden ook de oeverconstructie meegenomen. Dit kan betekenen dat, om een stabiele wegfundering te bewerkstelligen ook werkzaamheden aan de watergang en oever plaats moeten vinden. Figuur 9: Een weg met nieuwe bermversteviging van cementbeton Figuur 10: Een weg met smalle schouders en beschadigde bermen

Rechtspraak bij dit artikel