Bij de beoordeling van een verzoek tot kwijtschelding van gemeentelijke belastingen [als bedoeld in de artikelen 2 en 3] wordt, in afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met,
€ 2.000 voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot,
75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en
90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.