Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.3.

Stadsontwikkeling

Onderdeel van Nota Omgevingskwaliteit Tilburg

Aan de hand van de ontwikkeling van de stad en de dorpen is er een onderverdeling gemaakt in gebieden die op de schaal van de stad onderscheidend zijn in hun stedenbouwkundige ontwikkeling en typologie. Deze gebieden worden hieronder beknopt benoemd aan de hand van de opgaven en kwaliteitsambities die de gebieden typeren. De bijlage bevat meer informatie over de ontwikkeling van de stad en de opgaven en ambities per deelgebied. Stadsontwikkeling l Stedenbouwkundige typologieën Hoogstedelijke gebieden In de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen 2021 is de opgave voor het bouwen van ruim 25.000 woningen opgenomen. Grotendeels in de bestaande stad en dorpen. Uit deze woningbouwopgave volgt ook de toenemende vraag naar bijbehorende maatschappelijke voorzieningen, werklocaties, infrastructuur en groenvoorzieningen. In de Omgevingsvisie 2050 worden specifieke gebieden onderscheiden die een hoogstedelijk karakter krijgen en een regionale (bovenlokale) opgave kennen. Deze gebieden zijn in de kaart stadsontwikkeling zichtbaar gemaakt als de ‘hoogstedelijke gebieden’. Hier landen een aantal grote verdichtingsopgaven, zoals de Spoorzone, Piushaven, Stappegoor en het Kenniskwartier, die zorgen voor een nieuw type stedelijkheid welke we in Tilburg nog niet kennen. We hebben hierbij de ambitie om een hoogwaardige stedelijke kwaliteit toe te voegen aan de bestaande stad. Deze kwaliteit onderscheid zich door in te zetten op het verweven van functies, de inzet van meervoudig ruimtegebruik en activering van plinten, interactie en levendigheid in de openbare ruimte, de inzet van gedeelde voorzieningen, een hoge bebouwingsdichtheid en een goede ontsluiting via het openbaar vervoer. Bij de ruimtelijke verdichtingsopgaven die landen buiten deze hoogstedelijke gebieden hebben we de ambitie om aan het bestaande weefsel verschillende lagen van nieuwe kwaliteiten en passende voorzieningen toe te voegen en zo het bestaande weefsel te versterken. Dit geldt zowel voor de stad als voor de dorpen. Deze nieuwe lagen mogen herkenbaar en afleesbaar zijn. Dit vraagt om zorgvuldigheid en goed ontwerpend onderzoek om per locatie tot de juiste passende oplossing te komen. De identiteit van de bestaande omgeving is hierbij het vertrekpunt. Nieuwe waarden en kwaliteiten worden toegevoegd en maken de leefomgeving toekomstbestendig. Daarnaast zijn er nog een aantal bijzondere stedenbouwkundige typologieën met regionale functies in de kaart opgenomen. Dit zijn de twee grote ziekenhuislocaties, de universiteit, de hogescholen, sportlocaties en bijzondere zorglocaties zoals Huize Assisië, Vincentius en Amarant. Zie bijlage 1 voor meer informatie op dit thema. Vooroorlogse stad Binnen de ringbanen ligt het grootste gedeelte van de Oude Stad, die grotendeels vooroorlogs is en is gegroeid vanuit het historische netwerk van linten, pleinen en herdgangen. Bij ontwikkelingen in de Oude Stad is het belangrijk om de groei van de stad en de historische structuur herkenbaar te houden en waar mogelijk te versterken. Daarnaast is het voor een leefbare binnenstad van groot belang dat de samenhang tussen de verschillende grote ontwikkelingen in het centrum, zoals de Piushaven, Koningswei en het Louis Bouwmeesterplein goed met elkaar en de bestaande omgeving verweven worden, zowel ruimtelijk als qua programma. Een groot deel van deze opgave landt in de openbare ruimte. Daarbij heeft de gemeente de ambitie om voetgangers en fietsers meer ruimte te geven en ligt er een grote opgave op het vlak van hittestress en vergroening. Naoorlogse stad Na de aanleg van de ringbanen is de Oude Stad met typische naoorlogse stempelstructuren richting de contouren van de ringbanen gegroeid en zijn er in de jaren 50-60-70 grote uitbreidingswijken gerealiseerd; Tilburg Noord, Tilburg West en Groenewoud. In algemene zin hebben deze wijken een sterke hoofdstructuur met veel kwaliteit in de openbare ruimte met ruime groenvoorzieningen. Bij ruimtelijke verdichtingsopgaven is het belangrijk om deze groene kwaliteit goed te (re)activeren en programmeren. Daarnaast biedt verdichting, woningsplitsing en optoppen van bestaande bebouwing in deze wijken kansen voor een diverser woningaanbod, het behouden en verbeteren van maatschappelijke voorzieningen en bevorderen van de sociale cohesie. Dit kan door verschillende vormen van ontmoeting te stimuleren en faciliteren. Woonerf/-hof In de jaren 70 en 80 zijn er nieuwe stedenbouwkundige typologieën in de stad geïntroduceerd, namelijk de woonerven Zorgvlied West en een gedeelte van de huidige wijk Groenewoud. Deze wijken kennen een eigen maat en schaal binnen de context van de stad. De ambitie is om de samenhang en kwaliteit van de erven en hoven te behouden en te versterken. Waar mogelijk is verdichting, woningsplitsing en optoppen van bestaande bebouwing wenselijk. Bloemkoolwijk Woonwijk de Blaak is in de jaren ‘80 als een bijzondere vorm van het woonerf, namelijk binnen een zogenaamde ‘bloemkool’ structuur, ontworpen en ontwikkeld. De wijk heeft een sterke relatie met het buitengebied en in de wijk zijn veel water- en groenpartijen opgenomen. De ambitie is om de samenhang binnen de wijk, de relatie met natuurgebied De Blaak en de kwaliteit van het groene karakter in de wijk te behouden en te versterken. Waar mogelijk is verdichting, woningsplitsing en optoppen van bestaande bebouwing wenselijk. Dorpen De drie dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel zijn organisch gegroeid en tot de jaren '90 steeds met kleinschalige bebouwing uitgebreid. De dorpen hebben elk hun eigen unieke karakter. De dorpse bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit een fijne korrel van tweekappers, vrijstaande huizen en soms korte rijwoningen. Sinds de jaren ‘90 zijn er enkele grotere uitbreidingen aan de dorpen toegevoegd. Bij het vaststellen van het Koersdocument Oostflank (2024) is de bouwopgave vanuit de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen voor de dorpen vastgelegd. Belangrijke thema's hierbij zijn toekomstbestendig en betaalbare huisvesting voor starters en het stimuleren van doorstroming op de woningmarkt door meer diversiteit in het woningaanbod aan te brengen. Het toevoegen van woningen gebeurt enerzijds door dorps te verdichten en anderzijds door nieuwe dorpsranden te ontwikkelen die kansen bieden voor nieuwe vormen van wonen (nieuwe dorpse woontypologieën) en die daarnaast de aanhechting van de dorpen op het omliggende landschap versterken. Met het toevoegen van woningen in de dorpen is er meer draagvlak voor voorzieningen en wordt de leefbaarheid vergroot. VINEX (Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra) In de afgelopen decennia is de woonwijk Reeshof ontwikkeld, een van de eerste bodem- en watergestuurde gebiedsontwikkelingen in Nederland. De wijk is door de jaren heen steeds verder gegroeid en wordt gekenmerkt doordat de wijk volledig zelfvoorzienend is en daarmee als een zelfstandig stadsdeel functioneert. Binnen de wijk liggen verschillende buurten, die als een eenheid ontworpen zijn. Het behouden en versterken van (de bereikbaarheid van) goede voorzieningen is daarom belangrijk. Binnen de Reeshof verandert door de tijd heen de bevolkingssamenstelling. Mede daardoor veranderen de behoeftes aan maatschappelijke voorzieningen en ontstaan er vraagstukken omtrent de mogelijkheden tot het aanbrengen van een grotere diversiteit aan woonvormen door bijvoorbeeld verdichting, woningsplitsing en het optoppen van bestaande bebouwing. Hedendaags Aan de zuidkant van Tilburg en tegen de dorpen zijn vanaf de jaren ‘90 nieuwe woongebieden ontwikkeld. Dit zijn deels transformaties van bestaande complexen, zoals het Cenakel, deels doorontwikkelingen, zoals het nieuwe dorpshart in Berkel-Enschot, deels nieuwe uitbreidingen, zoals bij de Mortel in Udenhout. Deze hedendaagse uitbreidingslocaties zijn veelal projectmatig tot stand gekomen en hebben een samenhangende stedenbouwkundige structuur en een eigen architectonische uitstraling. Incidenteel komen er ook gebieden voor waar ruimte is gegeven voor individuele invulling van kavels met (half)vrijstaande woningbouw. Kleine nieuwe ontwikkelingen binnen deze gebieden sluiten aan op de kwaliteiten van de omgeving. Dit zijn vooral woningaanpassingen en –uitbreidingen. Bedrijventerreinen/ Werklocaties De bedrijventerreinen en werklocaties zijn apart uitgelicht en beschreven in de volgende subparagraaf Werklandschappen aan de hand van het programma Revitalisering Bedrijventerreinen.

Rechtspraak bij dit artikel