Algemeen
Dakkapellen zijn ondergeschikt in het dakvlak, afgestemd op de architectuur en kapvorm en afgestemd op bestaande dakkapellen op de woning en het bouwblok (een dakkapel is geen dakopbouw).
Plaatsing
In het onderste deel van het dakvlak.
Niet voorbij de nokbeëindiging.
Maatvoering
Aan beide zijden van de dakkapel resteert minimaal 0.50 meter dakvlak, behalve bij plaatsing op de erfgrens en een koppeling met het buurpand, dan geldt een minimum van 1.00 meter.
Hoogte maximaal 1.75 meter.
De onderzijde minimaal 0.50 meter boven de dakvoet.
De bovenzijde minimaal 0.50 meter onder de daknok.
Bij een dakvlak over twee lagen de dakkapel in de bovenste laag tenminste 1.00 meter uit de zijkanten van het dakvlak ligt.
Transparante zijkanten zich tenminste 1.00 meter uit de zijkant van het dakvlak bevinden.
Verschijningsvorm
Voorzijde maximaal transparant.
Kozijnindeling afgestemd op de indeling van de gevelkozijnen.
Plat afgedekt, tenzij een andere vorm vanwege architectonische of stedenbouwkundige aspecten passender is.
Materiaal, kleur en detaillering
Afgestemd op de bestaande bebouwing en draagt bij aan het gewenste ondergeschikte karakter.
Hoogte boeiboord maximaal 0.30 meter.
Bij projectmatige bouw: detaillering voor wat betreft dakrand en overstek, materiaalgebruik en kleurstelling gelijk aan meest voorkomende dakkapel binnen het bouwproject.
Ruimtelijk erfgoed
Het plaatsen van een dakkapel is niet in elke situatie mogelijk en is afhankelijk van het gebouw en de context. Wanneer er sprake is van een monument en/of een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, wordt er maatwerk advies gegeven. Zie hiervoor hoofdstuk 6.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.3.
Artikel 7.3.2.
Dakkapellen (op een achterdakvlak gericht naar het publieke domein)
Onderdeel van Nota Omgevingskwaliteit Tilburg