Voor gebouw gebonden installaties (al dan niet ten behoeve van duurzame energieopwekking of energiezuinigheid) zoals airco's, warmtepompen, luchtbehandelingskasten, afvoeren en andere technische apparatuur aan gevels, op daken en op maaiveld gelden de volgende criteria:
Installaties dienen bij voorkeur inpandig te worden gebouwd.
Daar waar inpandige realisatie van installaties technisch onmogelijk is, is plaatsing op het dak toegestaan, mits de installaties zo laag mogelijk worden gehouden en niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied.
Installaties zijn niet toegestaan op voorgevels of zijgevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied.
Indien een geïntegreerde toevoeging niet mogelijk is dient de installatie zodanig gecamoufleerd te worden dat deze niet meer zichtbaar is, bijvoorbeeld met een ‘dicht ogende’ roosterconstructie (of anderszins) om de installatie heen.
De bedoelde constructie vormt een nieuw architectonisch element in verhouding tot de bestaande architectuur.
De installatie zelf heeft een neutrale kleurstelling, waardoor de installatie tegen de achtergrond wegvalt.
Ruimtelijk erfgoed
Wanneer er sprake is van een monument en/of een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, wordt er maatwerk advies gegeven. Zie hiervoor hoofdstuk 6.
Voor installaties op gevels, daken en op maaiveld in beschermde gezichten en/of bij monumenten gelden aanvullend de volgende criteria:
Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het beschermde gezicht of monument.
Materiaalgebruik, kleur en detaillering van installaties, afvoerkanalen en bijbehorende onderdelen zijn hoogwaardig en zijn afgestemd op het oorspronkelijke ontwerp.
Installaties moeten zodanig ingepast worden dat de ingreep reversibel is.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.6.
Artikel 7.6.2.
Installaties aan gevels, op daken en op maaiveld.
Onderdeel van Nota Omgevingskwaliteit Tilburg