Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: 1.. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. 2.. BBV: de geldende verslaggevingsvoorschriften “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” 3.. beleidsindicatoren: kengetal met als doel begroting en verantwoording inzichtelijker te maken voor gebruikers en een betere vergelijkbaarheid met andere gemeenten mogelijk te maken. 4.. Investeringskrediet: een bedrag dat vrijgegeven is voor het vastleggen van vermogen in een object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. 5.. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. 6.. paragraaf: in een paragraaf wordt de raad geïnformeerd over een programma-overstijgend thema. 7.. product: een eenheid waarin de programma’s worden onderverdeeld 8.. programma: een samenhangend geheel van producten van de gemeente 9.. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheers handelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Rechtspraak bij dit artikel