Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
De rechten waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het
belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in
afwijking van artikel 3, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar nog verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.