Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3:

Artikel 9:

Opleggen gebiedsverbod en/of meldplicht in verband met verstoring openbare orde in de zin van artikel 172a Gemeentewet

Onderdeel van Beleidsregel Bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Laren 2025

9.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht door middel van (illegaal) vuurwerk een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 120 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 10.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen, goederen of vuurwerk een meldplicht opleggen op een door de burgemeester te bepalen punt en tijdstip. 11.. Met het oog op de in het negende lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen twaalf maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 12.. De burgemeester beperkt het krachtens het opgelegde verbod, als hij/zij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 13.. Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod of meldplicht op als bedoeld in het eerste of tweede lid. 14.. Een gebiedsontzegging moet worden gezien als een ultimum remedium. Voorafgaande aan de gebiedsontzegging moeten strafbare feiten zijn gepleegd, die betrekking hebben op de openbare orde. De gebiedsontzegging wordt opgelegd ter voorkoming van overlast in de toekomst en niet als straf. De juridische kaders waarbinnen een gebiedsontzegging mogelijk is zijn het beginsel van proportionaliteit (de gebiedsontzegging staat in verhouding tot de ernst of mate van verstoring van de openbare orde) en subsidiariteit (de ontzegging is afgewogen tegen andere mogelijke maatregelen). Tabel 5: Duur van de gebiedsontzegging In het volgende overzicht wordt de duur van de gebiedsontzegging aangegeven. 1e constatering 48 uur 2e constatering binnen 12 maanden na de 1e constatering 72 uur 3e constatering binnen 12 maanden na de 2e constatering 1 week 4e constatering binnen 12 maanden na de 3e constatering 2 weken 5e constatering binnen 12 maanden na de 4e constatering 4 weken 6e constatering binnen 12 maanden na de 5e constatering 6 weken 7e constatering binnen 12 maanden na de 6e constatering en daarna volgende constateringen binnen 12 maanden 8 weken 8 weken Tabel 6: Sluitingstermijnen bij toepassing bevoegdheid ex artikel 174a Gemeentewet Lijst I + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 6 weken Lijst II + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 12 weken Lijst III + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 18 weken Lijst IV + openbare orde aspecten Sluiting locatie voor 24 weken

Rechtspraak bij dit artikel