Het college van burgemeester en wethouders heft een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op indien het verkeersbesluit niet onherroepelijk kan worden.
Het college van burgemeester en wethouders heft een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op indien:
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, daarom verzoekt;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, is verhuisd;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, is overleden;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, niet meer werkzaam is bij het bedrijf waarbij de parkeerplaats is aangevraagd;
het bedrijf waarbij de parkeerplaats is aangevraagd, is verhuisd of is opgehouden te bestaan;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, niet meer beschikt over een geldig rijbewijs;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, niet meer beschikt over een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart Bestuurder;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, niet meer beschikt over een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart Passagier;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen niet meer de houder is van het voertuig waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats is aangevraagd en er geen aanvraag ingediend voor wijziging van het kenteken ten behoeve van een ander voertuig van de houder;
niet (langer) wordt voldaan aan de voorwaarden van deze beleidsregels;
de gehandicaptenparkeerplaats is aangelegd op grond van door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens en deze niet zou zijn aangelegd indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend was geweest.
Het college van burgemeester en wethouders kan een gehandicaptenparkeerplaats opheffen indien:
de parkeerdruk in de directe omgeving lager is dan 85%;
de gehandicaptenparkeerplaats niet wordt gebruikt ten behoeve van degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen;
indien zich een wijziging voordoet in de omstandigheden die zich verzet tegen instandhouding van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.
De houder van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is verplicht een wijziging in de omstandigheden waaronder de gehandicaptenparkeerplaats is aangevraagd door te geven.
Een besluit tot intrekking, zoals bedoeld in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel wordt schriftelijk en met redenen omkleed aan de aanvrager kenbaar gemaakt.
Wanneer een toegewezen gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt ingetrokken, wordt het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV1990, met het onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager, verwijderd.
Artikel 13
Intrekking gehandicaptenparkeerplaats op kenteken
Onderdeel van Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen Hardinxveld-Giessendam 2025