Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangewezen bij openbare voorzieningen zoals benoemd in artikel 3, lid 2 en bij kerken, woonzorgvoorzieningen, gezondheidscentrum, sportvoorzieningen en scholen.
De gemeente hanteert hierbij als richtlijn de richtlijn van het CROW, die aangeeft dat bij publieke voorzieningen 5% van het parkeeraanbod zou moeten bestaan uit algemene gehandicaptenparkeerplaatsen en 2% van het parkeeraanbod op parkeerterreinen en in parkeergarages.
In woonwijken houdt de gemeente in de berekening van de parkeernorm rekening met een marge van 2% ten behoeve van gehandicaptenparkeren.
Bij kerken, woonzorgvoorzieningen, gezondheidscentrum, sportvoorzieningen, scholen en overige publieke voorzieningen is ten minste 1 algemene gehandicaptenparkeerplaats aanwezig.
Bij wooncomplexen (appartementengebouwen) worden uitsluitend algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aangewezen.
Daar waar mogelijk wordt bij kerken, woonzorgvoorzieningen, gezondheidscentrum, sportvoorzieningen, scholen, wooncomplexen en overige publieke voorzieningen de algemene gehandicaptenparkeerplaats op eigen terrein aangelegd.
Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden naar behoefte aangelegd. De gemeente vindt het belangrijk om extra voorzieningen aan te bieden zodat gehandicapten zelfstandig aan het maatschappelijke verkeer kunnen deelnemen. Hierbij is sprake van maatwerk. Onder maatwerk wordt verstaan dat daar waar dat mogelijk is, het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen wordt afgestemd op het aantal houders van een gehandicaptenparkeerkaart.
Artikel 4
Afwegingskader algemene gehandicaptenparkeerplaats
Onderdeel van Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen Hardinxveld-Giessendam 2025