Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2.

Didam-arrest

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2025-2029

Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de een-op-een gronduitgiften door overheden aan derden. Dit oordeel kwam voort uit een rechtszaak die werd aangespannen door een ondernemer die vond dat hij ook gelijke kansen moest krijgen bij de (grond)verkoop van het oude gemeentehuis in Didam, terwijl de gemeente al vergevorderde onderhandelingen met een andere partij had. De rechtbank stelde de ondernemer in het gelijk. Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor de verkoopprocedures van gemeenten en de uitvoering van hun grondbeleid. De Hoge Raad oordeelde dat overheidsinstanties bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten altijd het gelijkheidsbeginsel moeten respecteren. Dit betekent dat gemeenten bij de uitgifte van grond actief de mogelijkheid moeten bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen, zodat iedereen gelijke kansen krijgt. In het geval van een voorgenomen grondverkoop moet er in principe – met uitzondering van één situatie – ruimte zijn voor mededinging. Dit houdt in dat de gemeente ervoor moet zorgen dat er voldoende openbaarheid en transparantie is rondom de verkoop. Gemeenten dienen daarbij objectieve, toetsbare en redelijke criteria te hanteren om te bepalen welke koper het beste uit de bus komt. De uitzondering betreft het geval waarin vooraf duidelijk is dat er slechts één potentiële koper is voor de grond. In dat geval moet de gemeente de redenen voor deze situatie duidelijk onderbouwen, en de onderbouwing moet voldoen aan strikte eisen.

Rechtspraak bij dit artikel