Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.3.

Privaatrechtelijk spoor

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2025-2029

Gemeenten hebben in het algemeen de voorkeur voor het sluiten van een anterieure overeenkomst omdat er ruimere onderhandelingsmogelijkheden zijn dan bij een posterieure overeenkomst - met name omdat zij zich nog niet heeft vastgelegd door het kostenplan – maar ook hoeft er geen kostenplan te worden vastgesteld. Daarnaast kan de gemeente in een anterieure overeenkomst een hogere kwaliteit in de uitvoering bedingen. De Omgevingswet biedt in artikel 13.13, eerste lid, een expliciete grondslag voor een anterieure overeenkomst over het kostenverhaal bij locatieontwikkeling: “De rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan een orgaan is, kan met degene die kosten is verschuldigd een overeenkomst aangaan over kostenverhaal.” Bij een posterieure overeenkomst gelden uitsluitend de uitgangspunten uit het kostenplan. Minimaal de volgende zaken komen aan bod in een anterieure overeenkomst: Locatie-eisen ten aanzien van de woningbouwcategorieën (gereguleerde woningbouw, vrije kavels), woningaantallen, bouwrijp maken, woonrijp maken, nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte; Benodigde grondtransacties; Kostenverhaal van gebiedseigen kosten (exploitatiebijdrage en betalingsmomenten); Kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdrage in ruimtelijke ontwikkelingen als daarvan sprake is; Voorwaarden tot het zeker stellen van het kostenverhaal (bv. vooruitbetaling of het afgeven van een bankgarantie); Planschadeovereenkomst; Eventuele nadere afspraken over duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie; de gemeente verkent per ontwikkeling of, en hoe, hieraan invulling wordt gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel