** 1. .** De begripsbepalingen in artikel 1 van de Opiumwet zijn van toepassing op deze beleidsregel.
** 2. .** In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
betrokkene: De overtreder, de eigenaar van het pand, de (hoofd-)bewoner(s), of degene die anderszins als rechthebbende op de zaak waarop de last betrekking heeft, kan worden aangemerkt (zie ook artikel 5:24, derde lid, van de Awb). Bij de vraag of iemand betrokkene is, speelt de verwijtbaarheid van die persoon geen rol. De verwijtbaarheid is wel relevant in het kader van o.a. de evenredigheid van de te treffen herstelmaatregel, bij de wijze waarop de burgemeester omgaat met de gevolgen van de sluiting voor de betrokkene en het kostenverhaal na toepassing van bestuursdwang;
designerdrugs: een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep zoals bedoeld op lijst IA bij de Opiumwet of een preparaat daarvan;
drugs: Een middel als bedoeld in lijst I en lijst II behorende bij de Opiumwet en/of een middel dat vooruitlopend op plaatsing op lijst I, IA of II is aangewezen bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en waarmee handelingen op grond van artikel 2 of artikel 3 Opiumwet zijn verboden en/of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld op lijst IA bij de Opiumwet of een preparaat daarvan;
drugshandel: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in een woning en/of het daarbij behorende erf of in een lokaal en/of het daarbij behorende erf, zoals bedoeld in artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a van de Opiumwet;
handelshoeveelheid: een hoeveelheid drugs die de criteria voor de ‘geringe hoeveelheid voor eigen gebruik’, zoals die zijn vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie, overstijgt, alsook een ‘hoeveelheid voor eigen gebruik’ maar waarbij sprake is van een dealerindicatie. Daarbij moet onder andere gedacht worden aan meer dan 0,5 gram, 0,5 milliliter, 1 pil/tablet, 1 bolletje of 1 wikkel harddrugs/designerdrugs of een consumptie-eenheid van 5 ml GHB, respectievelijk meer dan 5 gram softdrugs, 5 hennepplanten of 10 ampullen/ballonnen respectievelijk 80 gram lachgas;
harddrugs: middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
lachgas: middel zoals vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet;
lokaal: een al dan niet voor het publiek toegankelijk pand, zoals een winkel, bedrijfsmatig garage- of horecabedrijf, dan wel een garagebox, loods, magazijn of andere bedrijfsruimte. Ook kan bijvoorbeeld een hotelkamer, een ander recreatieverblijf of een kantoor onder het begrip lokaal vallen, voor zover dat geen “woning” is;
softdrugs: middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;
voorbereidingshandelingen: het voorhanden zijn van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a, van de Opiumwet, zoals bedoeld in artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet;
woning: een voor bewoning gebruikte ruimte. Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand – eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen – zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. Het begrip woning omvat in ieder geval: woningen, woonwagens en woonschepen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Bladel (handhaving artikel 13b Opiumwet)