Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 9.

Tarieven

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2026

1.. Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar: a. voor los- en laadbruggen: € 20,90 per strekkende meter kademuur, met als minimum: € 102,50 b. voor elke hijskraan met bijbehorende werken: € 535,60 c. voor vergaarputten op bakken per stuk: € 26,10 en voor daarbij behorende buisleidingen: € 10,50 per strekkende meter, met een minimum voor de putten of bakken en buisleidingen tezamen van: € 102,50 d. voor andere toestellen, werken of inrichtingen: indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik worden genomen: € 20,90 per vierkante meter met een minimum van: € 102,50 En: € 181,50 per strekkende meter kademuur met een minimum van: € 928,95 bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter; e. voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht per vaartuig: € 314,85 2.. Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd. 3.. Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel