**1..** Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar:
a.
voor los- en laadbruggen:
€
20,90
per strekkende meter kademuur, met als minimum:
€
102,50
b.
voor elke hijskraan met bijbehorende werken:
€
535,60
c.
voor vergaarputten op bakken per stuk:
€
26,10
en voor daarbij behorende buisleidingen:
€
10,50
per strekkende meter, met een minimum voor de
putten of bakken en buisleidingen tezamen van:
€
102,50
d.
voor andere toestellen, werken of inrichtingen:
indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen
tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik
worden genomen:
€
20,90
per vierkante meter met een minimum van:
€
102,50
En:
€
181,50
per strekkende meter kademuur met een minimum van:
€
928,95
bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter;
e.
voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve
van het laden en lossen van andere vaartuigen
zijn aangebracht per vaartuig:
€
314,85
**2..** Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd.
**3..** Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden.
Hoofdstuk III
Artikel 9.
Tarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2026