De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met de wettelijke
bepalingen, als in de bijlage bij dit artikel genoemd, een
verbod opleggen zich te bevinden in een door het college
aangewezen gebied en de daarin gelegen voor het publiek
toegankelijke gebouwen en inrichtingen.
Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het
besluit van de burgemeester genoemde tijdvak van ten hoogste
24 uur nadat dit aan diegene in het belang van de
openbare orde naar het oordeel van de burgemeester bij
diens besluit bekend is gemaakt.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
diegene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste
lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na
het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij zich
opnieuw gedraagt in strijd de het eerste lid bedoelde
artikelen een verbod opleggen zich te bevinden in een door
het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor
het publiektoegankelijke gebouwen en inrichtingen voor een
tijdvak van ten hoogste 3 maanden en op de door de
burgemeester aangewezen tijdstippen.
Het bepaalde in het voorgaande geldt niet indien de
belanghebbende in het door het college aangewezen gebied
zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of
hulpverlenende instanties bezoekt, alsdan wordt de kortste
route aangewezen, langs welke belanghebbende het gebied
dient te betreden dan wel te verlaten.
BIJLAGE BIJ ARTIKEL 2:1a GEBIEDSONTZEGGINGEN
De strafbare feiten waarop gebiedsontzeggingen van toepassing kunnen
zijn, luiden:
Lokaalvredebreuk (artikel 138 WvSr)
Openlijke geweldpleging (artikel WvSr 141)
Wederspannigheid (artikel 180 WvSr)
Niet voldoen aan bevel of vordering (artikel 184 WvSr)
Belediging ambtenaar in functie (artikel 266 en 267
WvSr)
Bedreiging (artikel 285 WvSr)
Geweld tegen politie en/of burgers (artikel 300, 301 en 302
WvSr)
Deelnemen vechterij (artikel 306 WvSr)
Diefstal (artikel 310, 311, 312, 313, 314, 315 en 316
WvSr)
Vernieling en vandalisme (artikel 350 WvSr)
Baldadigheid (artikel 424 WvSr)
Dronken de orde verstoren (artikel 426 WvSr)
Openbare dronkenschap (artikel 453 WvSr)
Wapenbezit (artikelen 26 en 27 Wet Wapens en Munitie)
Dealen (artikelen 2 en 3 Opiumwet)
Samenscholing en ongeregeldheden (vechten op de openbare
weg) (artikel 2:1 APV)
Ordeverstoring in horecabedrijf (2:33 APV)
Hinderlijk gedrag op of aan de weg (artikel 2:47 APV)
Hinderlijk drankgebruik (artikel 2:48 APV)
Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen (artikel 2:49 APV)
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
(artikel 2:50 APV)
Drugshandel op straat en drugsgebruik (artikel 2:74 en 2:74a
APV)
Weggooien van spuiten (artikel 2:74b APV)
Straatprostitutie (artikel 3:9 APV)
Hoofdstuk 2. › Afdeling 1.
Artikel 2:1a
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Roerdalen