Naar hoofdinhoud
1.. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in die bestaat uit de leden van het fractievoorzittersoverleg, niet zijnde een kandidaat-wethouder. Is dit laatste het geval dan wijst de fractievoorzitter een raadslid als vervangend lid aan. De griffier ondersteunt de commissie. 2.. De burgemeester geeft, voor de aanvang van iedere ambtstermijn, opdracht om een integriteitsonderzoek te laten doen voor de kandidaat-wethouders. De burgemeester geeft een verslag van het eindresultaat aan de commissie en de raad. 3.. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de eisen als genoemd in de artikelen 36a en 36b, van de wet. 4.. De commissie adviseert vervolgens de raad schriftelijk over de benoeming van de wethouder.

Rechtspraak bij dit artikel