Naar hoofdinhoud
De gemeente moet ervan overtuigd zijn, dat u de taken die bij het Pgb horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren, eventueel met ondersteuning van iemand die u vertegenwoordigt. De gemeente toetst dit aan de hand van de 10-puntenlijst ‘Pgb vaardigheid’ van het ministerie. U maakt de gemeente duidelijk waarom u een Pgb wil ontvangen. Gaat het om jeugdondersteuning, dan motiveert u waarom ondersteuning op maat door een aanbieder van de gemeente niet passend is. De ondersteuning die u met het Pgb wil betalen, is van goede kwaliteit. De ondersteuning moet veilig en doeltreffend zijn en op u gericht. Dit moet duidelijk worden uit uw Pgb-plan. De kwaliteitseisen van de ondersteuning voldoen aan dezelfde eisen die aan ondersteuning in natura worden gesteld. Uw hulpverlener overlegd op verzoek van de gemeente, een ‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG)’; specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden gerekend voorafgaand aan de start van de ondersteuning of gerekend voorafgaand aan het moment dat de hulpverlener start met werken voor de aanbieder. Specifiek voor jeugd geldt dat bij een verlenging een VOG maximaal 2 jaar oud mag zijn Uw hulpverlener mag niet het Pgb beheren. Het Pgb moet besteed worden aan het doel wat is afgesproken. Er zijn in het verleden geen onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, die tot een andere beslissing zouden hebben geleid. De continuïteit bij ziekte of uitval moet gewaarborgd zijn. Bij een eerder Pgb is aan de bovenstaande voorwaarden voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel