Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw eigen leven. U moet dus zorgen dat u zo weinig mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl dat voorkomen had kunnen worden? Dan heeft u niet genoeg besef van verantwoordelijkheid voor uw eigen levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u:
eigenlijk recht had op een andere regeling of uitkering, maar door eigen schuld deze regeling of uitkering niet (meer) krijgt;
vermogen te snel heeft opgemaakt of er iets van heeft betaald dat niet echt nodig was.
De gemeente verlaagt uw uitkering als u zich te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij het benadelingsbedrag.
De verlaging duurt 1 maand en is:
30% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 4.000;
100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000;
30% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.
De gemeente verlaagt de uitkering met 100% voor 1 maand als u een uitkering aanvraagt, als u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden.
De gemeente kan bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.2
Artikel 9.2.8