Naar hoofdinhoud
De gemeente kan een voorziening geheel of gedeeltelijk beëindigen als: de voorziening niet langer passend of nodig is; u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; de gemeente niet langer kan beoordelen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u niet of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van u; de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; of het gemeentelijk beleid is gewijzigd, en u daarom niet meer in aanmerking komt voor een voorziening. De gemeente houdt dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode; u binnen 3 maanden geen gebruik maakt van de voorziening, tenzij u hier niets aan kan doen. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

Rechtspraak bij dit artikel