Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Aanvraag en vaststelling subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Voorschoolse educatie en peuteropvang Ouder-Amstel 2026

1.. Op deze regeling is de ASV Ouder-Amstel, vastgesteld op 16 augustus 2005, van toepassing. Hier vallen ook de aanvraag en vaststelling onder. 2.. In afwijking van de ASV Ouder-Amstel ligt de deadline voor de aanvraag van de subsidie op grond van deze regeling op 1 december en kan er vier weken uitstel verleend worden aan partijen die voornemens zijn subsidie aan te vragen wanneer de subsidie niet voor 1 december wordt aangevraagd. 3.. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor peuters die woonachtig zijn in de gemeente Ouder-Amstel. 4.. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kinderdagverblijf dat is gevestigd in gemeente Ouder-Amstel en geregistreerd is in het LRK. 5.. Subsidie voor VE kan alleen aangevraagd worden door de houder van een kinderdagverblijf dat is gevestigd in gemeente Ouder-Amstel en dat gecertificeerd is voor VE en als zodanig is geregistreerd in het LRK. 6.. Subsidie voor reguliere peuters kan alleen aangevraagd worden door de houder van een kinderdagverblijf dat is gevestigd in gemeente Ouder-Amstel en dat gecertificeerd is voor VE en als zodanig is geregistreerd in het LRK. 7.. De subsidieaanvraag voor het komende jaar moet uiterlijk op 15 november van het lopende kalenderjaar worden ingediend. 8.. De houder maakt voor het aanvragen van subsidie en van de subsidievaststelling gebruik van het hiervoor bestemde aanvraagformulier van de gemeente. 9.. De tussentijdse verantwoording vindt plaats vóór 1 juli van het geldende kalenderjaar waarvoor de subsidie is toegekend en op nader te bepalen momenten in de beschikking. 10.. De vaststelling en tussentijdse verantwoording vinden plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen (daaronder wordt verstaan het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats – regulier en VE – , het werkelijk gehanteerde uurtarief, de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en het aantal in het voorgaande kalenderjaar in het LRK geregistreerde VE-locaties) op basis van een door de gemeente ontwikkeld registratieformulier en vastgesteld met een accountantsverklaring. 11.. Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van minder bezette VE- of reguliere peuterplaatsen (het aantal afgenomen uren per werkelijke bezette peuterplaats regulier en VE) dan wel minder gecertificeerde VE-locaties dan wordt het overschot aan verleende subsidie teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel