Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.1

Doelgroep en aanvraag

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugd gemeente Urk 2026

1.. De persoon met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem kan op aanvraag op grond van artikel 2.1.7. van de wet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal problemen verband houdende aannemelijke meerkosten er ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie als: het (gezins)inkomen lager is dan 120% van de bijstandsnorm, en er aannemelijke meerkosten zijn als rechtstreeks gevolg van een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem, en de hoogte van de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten (UWV) niet meer bedraagt dan de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten als genoemd in artikel 4.2. 2.. Van aannemelijke meerkosten is sprake als deze op jaarbasis ten minste ter hoogte zijn van de kosten van het verplicht eigen risico als bedoeld in de Zorgverzekeringswet in het jaar waarop de tegemoetkoming meerkosten betrekking heeft. 3.. Het inkomen wordt op de peildatum als volgt vastgesteld. bij regelmatige inkomsten: het inkomen in de maand voorafgaande aan de maand van ontvangst van de aanvraag; bij onregelmatige inkomsten: het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaande aan de maand van ontvangst van de aanvraag; bij een inkomen uit zelfstandigheid wordt het inkomen aan de hand van de laatste kwartaalcijfers eerst geschat en achteraf definitief vastgesteld. 4.. De aanvraag voor de tegemoetkoming meerkosten wordt met een daartoe bestemd aanvraagformulier ingediend in het kalenderjaar waarop de aannemelijke meerkosten betrekking hebben. 5.. In afwijking van het vierde lid dient de persoon die aanspraak heeft op de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten (UWV) een aanvraag in tussen 1 augustus en 31 december in het kalenderjaar waarop de aannemelijke meerkosten betrekking hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel