Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie.
In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het dagelijks bestuur, indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw en de belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a, dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, blijvend een maatregel op ter hoogte van het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze arbeid.
Hoofdstuk
Artikel 11.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Ioaw/loaz ISD Bollenstreek 2010