1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:
a. particuliere graven en particuliere urnengraven;
b. particuliere urnennissen;
c. particuliere gedenkplaatsen;
2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt ook de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.
3. Het college kan op één of meer begraafplaatsen speciale gedenkplekken inrichten, waaronder een gedenkplaats voor het ongeboren kind, waar geen stoffelijke resten worden begraven maar nabestaanden overleden kinderen kunnen herdenken.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 11.
Indeling graven en asbezorging
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente De Fryske Marren 2025