1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.
2. Overschrijving op naam van een rechtspersoon is enkel toegestaan, indien het gaat om:
a. een notariskantoor dat het graf beheert in het kader van een nalatenschap;
b. een stichting of instelling voor grafzorg die het graf beheert namens een nabestaande of familie.
c. een kerkgenootschap
3. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon. De aanvraag hiervoor moet binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende worden gedaan. Indien de overleden rechthebbende in het graf moet worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf moet worden bijgezet, moet het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand worden gedaan.
4. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het derde lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. Indien geen adres van nabestaanden van de rechthebbende bekend is, maakt het college het voornemen om de rechten vervallen te verklaren bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
5. Na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 17.
Overschrijving van verleende rechten
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente De Fryske Marren 2025