1. Begraving mag alleen plaatsvinden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overlegd aan de beheerder.
2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf plaatsvindt, wordt een machtiging daartoe aan de beheerder overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimumgrafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimumgrafrusttermijn. De verlenging wordt aangevraagd door de rechthebbende.
4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
5. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 9.
Over te leggen stukken
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente De Fryske Marren 2025