Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
monument aanwijzen als gemeentelijk monument.
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij
advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
vragen van dit advies achterwege blijven.
Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de
aanwijzing van een gemeentelijk monument.
Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument
aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.
Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd
gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als
bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument
niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van
overeenkomstige toepassing.
De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie
Zuid-Holland.