Burgemeester en wethouders verstrekken tezamen met de vergunning een
bewijs waarop staan vermeld:
het kenteken van het motorvoertuig waarmee mag worden
geparkeerd, of indien toepassing gegeven wordt aan artikel 6 lid
3, de naam van de vergunninghouder.
de belanghebbendenplaats waarop krachtens de vergunning mag
worden geparkeerd.
de periode waarvoor de vergunning geldt.