Voor de treasuryfunctie van belang zijnde begrippen van de Wet fido zijn de volgende:
Openbare lichamen:
provincies;
gemeenten;
waterschappen;
lichamen, ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die bevoegd zijn tot het aangaan, garanderen en verstrekken van geldleningen;
door Onze Ministers aan te wijzen andere bij wet ingestelde lichamen en organen.
Rentetypische looptijd:
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningenvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.
Financiële derivaten:
Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.
Netto vlottende schuld:
Het gezamenlijk bedrag van:
de opgenomen gelden met een oorspronkelijke typische looptijd van korter dan één jaar;
de schuld in rekening-courant;
de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en
overige geldleningen die geen deel uitmaken van de vaste schuld, verminderd met het gezamenlijk bedrag van:
de contante gelden in kas;
de tegoeden in rekening-courant, en
de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar.
Gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal:
Het gemiddelde van de netto-vlottende schuld op de eerste dag van iedere maand in het desbetreffende kwartaal.
Kasgeldlimiet:
Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van het openbare lichaam bij de aanvang van het jaar.
Renterisico op de vaste schuld:
Mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van een openbaar lichaam verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Renterisiconorm:
Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar.
3%-norm voor het EMU-saldo van de overheid:
De referentiewaarde voor het vorderingensaldo van de overheid zoals vastgelegd in artikel 104C en Protocol nr. 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Toezichthouder:
Het bestuursorgaan dat op grond van enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de begroting van een openbaar lichaam.
Begrotingstotaal:
De totale lasten op de begroting.
actuele marktwaarde:
de waarde die kan worden berekend aan de hand van de actuele marktrente van de resterende looptijden van de toekomstige kasstromen (rente en aflossing) van een deposito;
Agentschap:
het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën;
basispunt:
een honderdste van een procent (0,01%);
borgstelling:
het recht van een derde partij om op eerste afroep te kunnen beschikken over een maximaal overeengekomen bedrag van een openbaar lichaam die middelen in rekening-courant bij ’s Rijks schatkist aanhoudt;
deposito:
het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden;
daggeldrente:
de dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt door een panel van banken (EONIA, afgerond op 2 decimalen);
DSL-rente:
de dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen elektronisch handelsplatform vastgestelde rentes voor Nederlandse staatsleningen (Dutch State Loans) van verschillende looptijden;
DTC-rente:
de dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen elektronisch handelsplatform vastgestelde rentes voor Nederlands schatkistpapier (Dutch Treasury Certificates) van verschillende looptijden;
intradaglimiet:
het maximum bedrag dat gedurende de dag rood mag worden gestaan op de tussenrekening;
rekening-courant:
de rekening-courant bij het ministerie van Financiën;
tussenrekening:
de rekening die het openbaar lichaam aanhoudt bij een bank via welke de zero-balancing plaatsvindt;
de wet:
de Wet financiering decentrale overheden;
zero-balancing:
de aanzuivering dan wel de afroming van de tussenrekening ten laste dan wel ten gunste van de rekening-courant.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Begrippen van de Wet Financiering decentrale overheden (Wet fido)
Onderdeel van Treasurystatuut Gemeente Laarbeek 2014