Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.4

Afbakening tussen de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Dalfsen 2026

Ouders zijn verplicht een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud en studie totdat hun kind 21 jaar is. Dat geldt voor studerende kinderen, maar ook voor kinderen die een baan hebben. Een jeugdige kan in sommige gevallen bijzondere bijstand krijgen (zie artikel 12 Participatiewet) als het niet mogelijk blijkt een beroep op de ouders te doen. Bijvoorbeeld als de ouders onvindbaar zijn of de relatie ernstig is verstoord. Als een inwoner onder de pensioengerechtigde leeftijd zich meldt voor dagbesteding of (groeps)begeleiding, kan van belang zijn of hij arbeidsvermogen heeft als de hulpvraag van inwoner gaat over het hebben van een zinvolle dag invulling of het ontmoeten van andere mensen. Vanuit de Wmo 2015 kan (arbeidsmatige) dagbesteding ingezet worden als een inwoner (nog) niet kan werken. De inwoner moet dan beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie ervaren, waarvoor dagbesteding of begeleiding een oplossing biedt. Dagbesteding kan soms een opstap zijn naar normaal werk. Het begeleiden bij werk is geen doel waarvoor een Wmo 2015 voorziening verstrekt wordt. Als een inwoner betaald kan werken of gebruik kan maken van hulp uit bijvoorbeeld de Participatiewet, wordt een Wmo 2015 voorziening daarop afgestemd (artikel 2.3.5. lid 5 Wmo 2015). Er zijn drie situaties van inwoners te onderscheiden namelijk: Inwoners zonder arbeidsvermogen. Er is geen arbeidsvermogen als iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Een inwoner zonder arbeidsvermogen heeft geen recht op hulp gericht op arbeidsinschakeling vanuit de Participatiewet. Er kan Wmo 2015 dagbesteding ingezet, als dit noodzakelijk is voor de zelfredzaamheid en/of participatie van de inwoner. Inwoners die tijdelijk geen arbeidsvermogen hebben. Als een inwoner tijdelijk geen arbeidsvermogen heeft, zal er vaak geen noodzaak voor dagbesteding zijn. Bijvoorbeeld omdat het om een kortdurende situatie gaat of inwoner bezig is met re-integreren. Heeft inwoner in deze situatie wel een hulpvraag die valt onder de Wmo 2015? Dan kan onderzocht worden welke mogelijkheden er vanuit de Participatiewet of het UWV zijn. Dit is verschillend voor inwoners met of zonder arbeidsovereenkomst. Inwoners die wel arbeidsvermogen hebben. Als een inwoner arbeidsvermogen heeft, zal er vaak geen noodzaak voor dagbesteding zijn. Er wordt wel altijd onderzoek gedaan naar de situatie van de inwoner. Dit is verschillend voor inwoners met of zonder arbeidsovereenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel